Onze rondrit van Cerbère tot Argelès-sur-Mer, langs de prachtige kust van de Côte Vermeille, blijft voor ons één van de mooiste uitstappen van het jaar. Een rit om nooit te vergeten, waar de weg zelf minstens even bijzonder is als de bestemmingen onderweg.
Het begint boven op de berg aan de grens tussen Spanje en Frankrijk, bij de oude grenspaal in Cerbère. Daar waar de bergen de zee ontmoeten en de uitzichten je meteen stil maken. Vanaf dat moment slingert de weg zich langs de kust, tussen ruige rotsen, wijngaarden en het diepe blauw van de Middellandse Zee.
Onderweg passeren we charmante stadjes zoals Banyuls-sur-Mer, Port-Vendres en het kleurrijke Collioure. Elk dorp heeft zijn eigen sfeer, zijn eigen geschiedenis en verborgen hoekjes die wachten om ontdekt te worden. We stoppen waar het goed voelt: voor een drankje op een terrasje, een gezellige lunch met zicht op zee of gewoon om even rond te wandelen en alles in ons op te nemen.
Wat deze route zo bijzonder maakt, zijn niet alleen de bekende plekken, maar vooral de kleine verrassingen onderweg. Verlaten straatjes, oude verweerde gebouwen, verborgen baaitjes en sporen van een verleden dat langzaam vervaagt. Elke keer ontdekken we opnieuw iets nieuws — een ander uitzicht, een bijzonder detail, een plek die we voordien voorbijreden.
Het is een tocht van vertragen, genieten en kijken. En misschien ook daarom nemen we altijd onze camera mee. Want het licht, de kleuren en de sfeer van deze streek blijven inspireren. Geen enkele rit is ooit hetzelfde, en net dat maakt deze rondreis langs de Côte Vermeille telkens opnieuw onvergetelijk.